Nummer 5, 23 maart 2018

Twitter is inmiddels verworden tot een klassiek raadscommunicatiemiddel. Meningsverschillen tussen politieke partijen worden soms zelfs via sociale media uitgevochten. Griffiers moeten daar een rol in spelen, meent Jan Dirk Pruim, die al bijna zestien jaar raadsgriffier in Almere is. 

Eind maart treden nieuwe raadsleden aan. Velen willen snel de eerste resultaten boeken. Dat is niet nieuw, want hoe vaak heb ik niet meegemaakt dat die energie in de eerste raads- en commissievergaderingen doorklonk? Toen ik me in een kleinere gemeente had opgewerkt tot raadsnotulist en in een rokerige raadzaal naast twee jonge journalisten zat te werken, maakten zij me vrolijk bewust van dat ritme. De verslagen in de krant logen er niet om. Maar welke gemeente mag zich nog rijk rekenen met journalisten die de raadsvergaderingen verslaan? Als ze er al zijn, dan voelt het regelmatig alsof ze meer gericht zijn op het maken van nieuws dan op het verslaan van nieuws. Het traditionele nieuwsverslag is op z’n retour. Tegelijkertijd zie je nieuwe wegen ontstaan via sociale media. Twitter en Facebook zijn de bekendste vormen. Het zijn bovendien kanalen waar je als deelnemer nieuws onder de aandacht kunt brengen en soms zelfs nieuws kunt maken. 

Het gebruik van sociale media is een vak apart

Het is dan ook niet vreemd dat raadsleden twitteren en facebooken. Tot deze week deden ze dat zelfs dominant. Nu de verkiezingen achter de rug zijn, zal dat weer iets afnemen. Het gebruik van sociale media is tegenwoordig een aandachtsveld voor de griffier.

Hoewel slechts een beperkt aantal gemeenten binnen de griffie aandacht heeft voor de klassieke raadscommunicatie, horen sociale media daar inmiddels bij. Het gebruik van sociale media is echter een vak apart. Het ene raadslid kan heel effectief zijn door selectief te twitteren, terwijl een ander de hele dag tweets de wereld in stuurt en nauwelijks iets bereikt.

Ondersteuning van de griffie om dat deel van het raadsvak te leren, hoeven raadsleden niet te verwachten. Er zijn maar enkele gemeenteraden die daarin geïnvesteerd hebben. Dit vakmanschap is daarmee geen primair aandachtsveld van de meeste griffiers. 

Open riool

De bestuurlijke hygiëne in en rond de raad is dat wel. In 280 tekens je mening uiteenzetten, valt niet mee. Bovendien is, naast alle zegeningen, de keerzijde dat het internet ook als een soort open riool van de samenleving lijkt te dienen. Daar moet je wel mee kunnen omgaan. In de eerste jaren was regelmatig irritatie merkbaar over de parallelle (raads)vergadering die via Twitter plaatsvond. Bij sommige gemeenten leidde dat zelfs tot een verbod op twitteren tijdens de raadsvergadering. Tegenwoordig kan het zomaar zijn dat een meningsverschil via Twitter wordt uitgevochten. Met als gevolg dat de lokale pers kopt: ‘Knallende internetruzie tussen D66 en VVD’. 

Interactie op sociale media raakt dus de bestuurscultuur van de gemeenteraad. Dan kan het niet anders dat de griffier daar een rol in speelt. Dat doe je door actief te signaleren en raadsleden zo mogelijk aan te spreken of de effecten van het buiten de raadzaal voeren van discussies. Dergelijke kwesties kun je gebruiken bij het bespreekbaar maken en houden van het ‘bestuurlijk hygiënisch handelen’ binnen de raad.

Tweerichtingsverkeer

Ten slotte kun je er als griffier niet aan ontkomen zelf op sociale media actief te zijn. Daarmee geef je de raad ‘een gezicht’. Dat het voor een griffier ingewikkeld is om een orgaan, dat uit een som van minderheden bestaat, goed weer te geven, mag duidelijk zijn. Maar die kanalen worden steeds meer gebruikt voor tweerichtingsverkeer. Sociale media dwingen de gemeente(raad) het klassieke zendgedrag voorbij te gaan. Dat vraagt extra zorgvuldigheid en professionaliteit, ook van de griffier.

Schrijf ook een betoog voor VNG Magazine: redactie@vngmagazine.nl