VNG Magazine nummer 9, 1 juni 2018 

De discussie over de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is ver afgedwaald van de basisprincipes waar de wet in 2015 op is gebaseerd. Als we niet oppassen, wordt van de Wmo weer een gewone verstrekkingenwet gemaakt. Bob van der Meijden, voor de VNG landelijk projectleider bij de invoering van de eerste (2007) en de tweede Wmo (2015), roept op om het gedachtegoed achter de Wmo met verve te verdedigen. 

De Wmo was gebaseerd op een nieuwe filosofie hoe wij de ondersteuning van thuiswonende burgers organiseren. Kort gezegd: door een verschuiving van zware naar lichte ondersteuning en door de zwakste schouders prioriteit te geven, wordt de kostenstijging beheerst en blijft ondersteuning beschikbaar voor hen die dat het meest nodig hebben. De concepten van de participatiesamenleving boden daarvoor de tools: benutten van eigen kracht en initiatief in de samenleving. Burgers niet alleen zien als zorgconsument maar ook als zorgproducent. Maatwerk in plaats van uniformiteit (one size fits nobody). En inclusief denken in plaats van een optelsom van doelgroepenbeleid. 

Andere geluiden
Het was een gedurfde keuze van de politiek, want verworven rechten werden vervangen door deze aansprekende maar toch wat softe wetsretoriek. De periode van visie en moed duurde echter niet lang. Zodra de wet door de Kamer was, klonken al snel andere geluiden. Al vóór de wet in werking trad, werden allerlei aanpassingen doorgevoerd. Er werd – met succes – flink gelobbyd om allerlei groepen uit de Wmo te houden. De persoonlijke verzorging werd op het allerlaatste moment niet overgeheveld. Het signaal van politiek Den Haag aan de samenleving: de echt kwetsbare groepen kunnen we maar beter niet blootstellen aan het Wmo-experiment (dat we overigens zelf hebben bedacht). 
 

Is inclusief beleid niet juist de hoeksteen van de Wmo? 
 

Ook na invoering in 2015 werd het Wmo-gedachtegoed regelmatig ondermijnd. De rechter maakte het voor gemeenten moeilijker om de verschuiving van individuele naar algemene voorzieningen door te voeren. Was deze verschuiving niet juist door de wetgever beoogd? Het maken van apart beleid voor allerlei doelgroepen – verwarde personen, ouderen, licht verstandelijk beperkten – raakt weer populair. Is inclusief beleid niet juist de hoeksteen van de Wmo? En het nieuwe kabinet zet nog een grondbeginsel bij het oud vuil. Wmo-ondersteuning was bedoeld voor mensen die het niet zelf kunnen betalen. Maar er komt nu een abonnementstarief waardoor ook welgestelden straks voor 17,50 euro per maand huishoudelijke hulp kunnen krijgen.  

Keukentafel of loket 
De Wmo legt veel initiatief bij burger en samenleving, en de overheid moet dat faciliteren. Het is veelzeggend dat de metafoor van het gesprek aan de keukentafel inmiddels weer is vervangen door het ouderwetse begrip loket. Zie het recente pleidooi van de Nationale ombudsman om één loket in te stellen. De gemeente weer terug in haar rol als verstrekker, de burger weer terug in zijn rol als consument.  
Ik vind het onvoorstelbaar dat deze geleidelijke ontmanteling van het Wmo-gedachtegoed zo weinig wordt bestreden. Niemand lijkt het te durven verdedigen. Wellicht komt het door de leus die de toenmalige bewindsman lanceerde: van systemen naar mensen. Wie zou daar tegenin durven gaan, en een wet durven te verdedigen?
Ook vind ik het kortzichtig dat men denkt dat je de Wmo van zijn basisprincipes kunt ontdoen zonder dat dat iets kost. Dat de overheveling van de persoonlijke verzorging naar de zorgverzekeringswet, zoals verwacht, heeft geleid tot tekorten en wachtlijsten, lijkt niemand in verband te brengen met het feit dat daar een ander besturingsparadigma heerst. 

Risico 
De komende periode staan diverse verbouwingen van de Wmo op stapel, zoals het invoeren van het abonnementstarief, het beter laten aansluiten van Wmo en Wlz (Wet langdurige zorg) en het beter helpen van groepen als zorgmijders, verwarden en multiprobleem-cliënten.  
Het risico is groot dat in dat verbouwingsproces het gedachtegoed waar de Wmo op is gebaseerd verder uitgekleed wordt en dat de Wmo-principes worden vervangen door oude concepten als landelijke uniformiteit en verstrekkingenboeken. En dat er zo toch een lokale AWBZ wordt gemaakt van de Wmo. 
Iedereen die de Wmo zoals die oorspronkelijk bedoeld is belangrijk vindt, met maatwerk, eigen kracht, burgerinitiatief, sterke schouders en wederkerigheid, heeft een verantwoordelijkheid om dat te voorkomen. 
 

Bob van der Meijden was tot mei 2018 secretaris van de VNG-commissie Gezondheid en Welzijn. 

Schrijf ook een betoog voor VNG Magazine 

redactie@vngmagazine.nl