Voor iedereen in Nederland moeten onder meer zorg, onderwijs, winkels en werkplek goed bereikbaar zijn. Voor gemeenten betekent dit meer dan alleen een goed wegennet of openbaar vervoer: het gaat om de samenhang tussen ruimtelijke ordening, voorzieningenbeleid en mobiliteit.
Urgentie is groot
In delen van Nederland staan reistijden naar werk en voorzieningen onder druk, verdwijnen OV-verbindingen of sluiten scholen en zorglocaties. Dat blijkt uit rapporten zoals Elke regio telt, Toegang voor iedereen? en Beter bereikbaar?. Tegelijk groeit het verkeer in en rond economische kerngebieden. Zonder gezamenlijke aanpak neemt de vervoersongelijkheid toe, verliezen regio’s aan leefbaarheid en economische vitaliteit, en komt de brede welvaart onder druk te staan.
Kabinetsstandpunt Bereikbaarheid op peil
Om de bereikbaarheid in Nederland duurzaam op orde te houden, heeft het kabinet in 2025 het kabinetsstandpunt Bereikbaarheid op peil vastgesteld. Dit is een uitwerking van de Mobiliteitsvisie 2050. Het kabinet zet hiermee in op bereikbaarheid in plaats van knelpunten oplossen. Gemeenten zijn positief over deze nieuwe insteek, omdat de bestaande knelpuntenaanpak niet vol te houden was.
In dit kabinetsstandpunt wordt voor het eerst een nationaal bereikbaarheidspeil geïntroduceerd: een nationaal referentiekader om in beeld te brengen hoe goed inwoners toegang hebben tot werk en voorzieningen, via auto, fiets, openbaar vervoer en lopen. Daarmee kunnen gemeenten, provincies en het rijk op basis van feiten gesprekken voeren over de kwaliteit van bereikbaarheid in hun gebied.
Regionaal maatwerk
Een belangrijk uitgangspunt van het kabinetsstandpunt is regionaal maatwerk. Er komt geen nationale blauwdruk, maar een aanpak die aansluit bij de kenmerken en behoeften van elke regio. Daarmee sluit 'Bereikbaarheid op peil' aan bij andere grote beleidslijnen, zoals de Nota Ruimte en het Nationaal Programma Vitale Regio’s.
Die aanpak wordt de komende jaren vertaald naar de regio’s via regionale bereikbaarheidsanalyses en regionale bereikbaarheidsprofielen:
- De regionale bereikbaarheidsanalyse brengt de feitelijke bereikbaarheid van werk en voorzieningen per regio in beeld. Ze laat zien waar bereikbaarheid in orde is en waar en voor wie niet, bijvoorbeeld door lange reistijden, beperkte OV-opties of financiële en fysieke barrières.
- Het regionale bereikbaarheidsprofiel beschrijft welk niveau van bereikbaarheid een regio nastreeft, en hoe voorzieningenbeleid, ruimtelijke ordening en mobiliteit hieraan gaan bijdragen.
- Als er duidelijkheid is over de bestaande bereikbaarheid en de ambitie, wordt een regionale bereikbaarheidsaanpak opgesteld, met maatregelen om de bereikbaarheid te verbeteren of in stand te houden.
Samenwerking rijk, gemeenten, provincies en regio’s
In dit proces is nauwe samenwerking tussen rijk, provincies, gemeenten en regio’s nodig. De coördinatoren van het MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) begeleiden dit proces.
Daarbij is de inzet van gemeenten zeker nodig om de juiste informatie op tafel te krijgen en de juiste conclusies daaruit te trekken. Zij zijn onmisbaar in zowel het analyseren van de bestaande situatie als het opstellen van een streefbeeld in het bereikbaarheidsprofiel. Zij weten waar voorzieningen onder druk staan, welke inwonersgroepen last hebben van barrières en waar ruimtelijke ontwikkelingen invloed hebben op bereikbaarheid. En bij de te nemen maatregelen zijn hun beleidsbevoegdheden en -instrumenten op het gebied van ruimtelijke ordening, voorzieningen en mobiliteit van groot belang.
Een van de aandachtspunten is dan ook de borging van de positie van gemeenten in het MIRT. Daarvoor heeft de VNG met de minister van Infrastructuur en Waterstaat afgesproken dat we tweemaal per jaar toetsen of gemeenten voldoende zijn aangehaakt en zo nee, welke bijsturing nodig is. Het voornemen is bovendien om te starten met een vernieuwing van het MIRT, zodat de processen en de spelregels passen bij de nieuwe beleidsinsteek rondom bereikbaarheid.
Bereikbaarheid op lokaal niveau
Het is essentieel dat gemeenten de regionaal vastgestelde ambitie voor bereikbaarheid uit het bereikbaarheidsprofiel stevig verankeren in hun eigen omgevingsvisie. Door bereikbaarheid mee te nemen in de omgevingsvisie, wordt het mogelijk om toekomstige ruimtelijke keuzes – zoals woningbouwlocaties, vestiging van voorzieningen of investeringen in infrastructuur – goed te wegen op hun effect op bereikbaarheid.
Verder gaan gemeenten lokaal aan de slag met de maatregelen uit de regionaal vastgestelde aanpak. Daarbij is van belang dat ook het rijk, in samenwerking met gemeenten, zijn aandeel neemt in de uitvoering.
Inzet van de VNG
De VNG heeft nauw contact met het ministerie van IenW. We leveren input voor het plan van aanpak voor de regionale uitwerking en lezen hierop mee, zodat dit aansluit bij de realiteit van gemeenten. Ook dringen we erop aan om zoveel mogelijk gebruik te maken van bestaande structuren en inhoudelijke uitgangspunten, om de uitvoeringslasten voor gemeenten zo beperkt mogelijk te houden.
Koppeling met andere trajecten
De regionale uitwerking van bereikbaarheid sluit aan bij andere lopende trajecten zoals:
- Regionale Mobiliteitsprogramma’s (RMP’s) vanuit het Klimaatakkoord
- Sustainable Urban Mobility Plans (SUMP’s) voor stedelijke knooppunten
- Nota Ruimte
- Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR)