Deze voorbeeldregels gaan over het plaatsen, in stand houden, graven of verwijderen van graven, grafbedekkingen en grafkelders, zoals geregeld in de model-Beheersverordening begraafplaatsen en model-Uitvoeringsbesluit voor grafbedekkingen.
Aan de hand van onderstaande drie hoofdvragen en bijbehorende deelvragen (zie ook de introductiepagina, onder Voorbeeldregels) proberen we antwoord te geven op de vraag óf en hoe u dit onderwerp over kunt nemen in uw omgevingsplan. We eindigen met een set voorbeeldregels. Deze regels sluiten aan op de geïntegreerde staalkaarten van de VNG. U kunt ze gebruiken ter inspiratie voor uw eigen omgevingsplan.
A. Wat zijn de doelen van de regels over dit onderwerp?
In het kader van het plaatsen, in stand houden, graven of verwijderen van graven, grafbedekkingen en grafkelders gaat het met name om het volgende doel: het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden.
Dit onderwerp lijkt ook te raken aan het doel: beschermen van de gezondheid. Met name bij het ruimen van graven en grafkelders speelt mogelijke blootstelling aan menselijke resten een rol.
B. Om welke concrete oogmerken en belangen gaat het?
Om de doelen, genoemd in onderdeel A, te behalen kunnen de regels voor het plaatsen, in stand houden, graven of verwijderen van graven, grafbedekkingen en grafkelders gesteld worden met het oog op het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden.
Verder zijn meerdere bepalingen uit de model-Beheersverordening begraafplaatsen gesteld met het oog op orde en rust. In theorie zouden bepalingen die zien op rust onder de oogmerken van Omgevingswet geschaard kunnen worden, omdat rust samenhangt met de afwezigheid van geluidsemissies. Omdat deze regels zien op gedragingen van personen onderling en niet op het effect van deze emissies op de fysieke leefomgeving, heeft het toch de voorkeur om ze niet op te nemen in het omgevingsplan.
C. Om welke activiteit gaat het?
In de model-Beheersverordening begraafplaatsen gaat het over het plaatsen, in stand houden, graven of verwijderen van graven, grafbedekkingen en grafkelders.
D. Is het wenselijk om de activiteit te reguleren in het omgevingsplan?
De Omgevingswet gaat niet alleen over activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving, maar ook over de fysieke leefomgeving zelf. Uit artikel 1.3 van de Omgevingswet blijkt wat de maatschappelijke doelen zijn van de wet: beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden valt onder deze maatschappelijke doelen (zie artikel 2.1, derde lid, onder e, van de Ow).
Wel of geen wijziging van de fysieke leefomgeving
Het plaatsen, in stand houden, graven of verwijderen van graven, grafbedekkingen en grafkelders is een activiteit die de fysieke leefomgeving wijzigt en dus geregeld moet worden in het omgevingsplan. Wel volgt uit de nota van toelichting bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet dat er tussen het wijzigen van onderdelen van de fysieke leefomgeving en het gebruik van de fysieke leefomgeving een onderscheid moet worden gemaakt.
In die toelichting staat dat het bij een wijziging gaat om directe fysieke ingrepen door de mens die een blijvende en tastbare verandering van de fysieke leefomgeving teweegbrengen. Regels over activiteiten die een wijziging van de fysieke leefomgeving slechts als neveneffect hebben, vallen niet onder het gebod van art. 2.1 lid 1 van het Omgevingsbesluit. Daarvoor moet de activiteit tot op zekere hoogte gericht zijn op het tot stand brengen van een wijziging van de fysieke leefomgeving.
In hoofdstuk 5 van de model-Beheersverordening begraafplaatsen staan onder andere regels over grafbedekkingen. Uit de begripsomschrijving in de model-Beheersverordening begraafplaatsen volgt dat onder deze verzamelterm zowel gedenktekens als grafbeplantingen vallen. Het plaatsen, in stand houden of verwijderen van gedenktekens is een activiteit die de omgeving wijzigt. Hetzelfde geldt voor activiteiten die betrekking hebben op graven en grafkelders.
Wat betreft grafbeplanting worden in het omgevingsplan alleen regels gesteld over blijvende (winterharde) beplanting. Het aanbrengen en verwijderen van deze blijvende beplanting zijn activiteiten die gericht zijn op het wijzigen van de fysieke leefomgeving. Het verwijderen van niet blijvende beplanting (waaronder niet met de aarde verenigde planten als bloemen en kransen) wanneer deze in verwaarloosde staat zijn, wijzigt de fysieke leefomgeving niet.
Wel of niet in het omgevingsplan?
Verder is het ook mogelijk een activiteit zowel in de model-Beheersverordening begraafplaatsen als in het omgevingsplan op te nemen. De activiteiten die in de model-Beheersverordening begraafplaatsen geregeld worden, hebben namelijk niet altijd duidelijk van elkaar te onderscheiden oogmerken. Bij verschillende activiteiten over begraafplaatsen is het niet helder of het effect op de fysieke leefomgeving of het effect op de openbare orde wordt gereguleerd. In deze situatie zou het opnemen van een bepaling in zowel het omgevingsplan als de model-Beheersverordening begraafplaatsen uitkomst kunnen bieden.
Conclusie
Als ervoor wordt gekozen begraafplaatsen zowel in een aparte verordening als in het omgevingsplan te reguleren, dan moeten de bepalingen een aanvulling op elkaar vormen. Daarvoor is het van belang dat de regels verschillende oogmerken hebben of aan verschillende doelen ondergeschikt zijn. Verder moeten de vergunningen en ontheffingen die in zowel de model-Beheersverordening begraafplaatsen als in het omgevingsplan staan, nauwlettend gecoördineerd worden. Een nadeel van deze wijze van reguleren is dat hierdoor niet alle regels in het DSO landen, maar de gebruiker de model-Beheersverordening begraafplaatsen ook zal moeten bekijken.
E. Is er samenhang met andere regels?
Uit de toelichting volgt dat de model-Beheersverordening begraafplaatsen onder andere gericht is op het eerbiedigen van graven en urnen en het behouden van een verzorgd aanzien van de begraafplaats. Het ligt daarom voor de hand om deze onderwerpen te regelen in samenhang met andere regels over het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden.
F. Is nadere beleidsinkadering nodig?
Er is een nadere beleidsinkadering nodig voor die gemeenten die voor inwerkingtreding van de Omgevingswet het plaatsen, in stand houden, graven of verwijderen van graven, grafbedekkingen en grafkelders niet of niet voldoende gereguleerd hebben en dat wel willen in het omgevingsplan. In veruit de meeste gemeenten zullen deze activiteiten al gereguleerd zijn.
G. Wat is de beleidsruimte om de activiteiten te reguleren in het omgevingsplan?
Beleidsruimte onder de Omgevingswet
Het omgevingsplan dient te voldoen aan de eisen uit de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en het Besluit kwaliteit leefomgeving. Er zijn geen instructieregels voor begraafplaatsen en grafbedekkingen.
Wat regelt het Bbl?
Grafkelders vallen wel onder de reikwijdte van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), waarin bouwtechnische kwaliteitseisen worden gesteld aan bouwwerken. Een grafkelder is namelijk een betonnen of gemetselde constructie die als alternatief dient voor het begraven in volle grond, vaak in de vorm van een kist met een deksel, die op een begraafplaats wordt geplaatst. Daarmee voldoet een grafkelder aan de definitie van een bouwwerk. Definitie van een bouwwerk in de Omgevingswet is namelijk:
constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart.
Dit betekent dat er al een vergunningplicht (voor technische bouwkwaliteit) geldt voor het aanbrengen van een grafkelder op grond van artikel 2.26 van het Bbl, waarbij de beoordeling ziet op het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en duurzaamheid en bruikbaarheid (zie artikel 8.3b van het Bkl). Voor gedenktekens geldt dit niet zolang het geen constructies zijn.
In het omgevingsplan kunnen daarom voor grafkelders alleen nog regels gesteld worden voor het ruimtelijk deel van de bouwactiviteit. Het gaat daarbij over de regels voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Voor gedenktekens kunnen de regels ook gaan over bouwtechnische kwaliteitseisen, zoals veiligheid van het bouwwerk en duurzaamheid- en bruikbaarheidseisen.
Wat mag niet in het omgevingsplan?
Artikel 2.1, tweede lid, van het Omgevingsbesluit stelt grenzen aan wat in het omgevingsplan geregeld mag worden. In dat lid wordt verwezen naar bepalingen in de Gemeentewet, waarvoor het niet is toegestaan om de daarin bedoelde regels op te nemen in het omgevingsplan. Het gaat daarbij om burgemeestersbevoegdheden genoemd in dat artikel, strafbepalingen, financiële bepalingen en regels die uitputtend zijn geregeld onder een andere wet.
In artikel 30 van de model-Beheersverordening begraafplaatsen is een strafbepaling opgenomen. Op grond van artikel 2.1, tweede lid en onder b, van het Omgevingsbesluit mag artikel 30 van de model-Beheersverordening daarom niet in het omgevingsplan worden opgenomen.
Afbakening met Wet op de lijkbezorging
Ook moeten de regels voor het plaatsen, in stand houden, graven of verwijderen van graven, grafbedekkingen en grafkelders afgebakend worden ten opzichte van de regels in de Wet op de lijkbezorging. Artikel 1.4 van de Omgevingswet regelt namelijk dat onderwerpen die in een andere wet uitputtend zijn geregeld niet in het omgevingsplan gereguleerd mogen worden. Dat is echter niet aan de orde voor artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging. In artikel 35 van die wet is ruimte gelaten de tijdstippen te bepalen waarop gelegenheid tot begraven wordt gegeven. Artikel 3 van de model-Beheersverordening begraafplaatsen bevat daartoe een delegatiegrondslag. Deze regels hebben echter geen betrekking op de fysieke leefomgeving en mogen dus ook niet in het omgevingsplan.
H. Wat regelt de bruidsschat en wat willen we daarmee?
De bruidsschat bevat geen regels die verband houden met de bepalingen uit de model- Beheersverordening begraafplaatsen of het model-Uitvoeringsbesluit voor de grafbedekkingen.
I. Wat zijn mogelijke gemeentelijke beleidskaders?
Veel gemeenten zullen beleid over begraafplaatsen en grafbedekkingen hebben of beleidsregels hebben vastgesteld waarin de beoordelingsregels van de vergunningaanvraag zijn geregeld. Deze kunnen worden omgezet in beoordelingsregels voor het omgevingsplan.
J. Thematische of gebiedsgerichte omzetting van de regels?
Het ligt voor de hand om dit onderwerp thematisch te regelen. Het aanbrengen, in stand houden, graven of verwijderen van graven, grafbedekkingen en grafkelders is namelijk een activiteit die geen planologische of milieugebruiksruimte vereist. De activiteit kan op begraafplaatsen verspreid over de gemeente voorkomen.
Het aanwijzen van specifieke gronden voor het gebruik als begraafplaats heeft daarentegen wel milieu- en planologische gebruiksruimte nodig en kan dus gebiedsgericht gereguleerd worden in het omgevingsplan. Deze laatste regels waren, voor inwerkingtreding van de Omgevingswet, te vinden in bestemmingsplannen.
K. Regeltype
Voor het aanbrengen, in stand houden, graven of verwijderen van graven, grafbedekkingen en grafkelders zijn in de model-Beheersverordening begraafplaatsen verschillende soorten regels opgenomen. Artikel 16 van de model-Beheersverordening begraafplaatsen bevat een vergunningplicht voor het aanbrengen van grafkelders. In de voorbeeldregels is daarom eenzelfde vergunningplicht voor deze activiteit opgenomen. In artikel 19 van de model-Beheersverordening begraafplaatsen staat verder een vergunningplicht voor het aanbrengen, in stand houden en verwijderen van een grafbedekking. Ook deze vergunningplicht is opgenomen in de voorbeeldregels. Deze vergunningplicht is gecombineerd met een specifieke zorgplicht, waarin artikelen 20 en 21 van de model-Beheersverordening begraafplaatsen zijn geland. Deze artikelen zien op het onderhoud van grafbedekkingen.
Voor het ruimen van graven, urnengraven en urnennissen zijn regels opgenomen in artikel 24 van de model-Beheersverordening begraafplaatsen. Deze regels worden gekwalificeerd als moet-bepalingen in de Handreiking Beheersverordening begraafplaatsen en omgevingsplan. Het gaat daarbij om de regels in het 1e tot en met 4e lid van artikel 24 van de model-Beheersverordening begraafplaatsen.
In deze voorbeeldregels is ervoor gekozen om het ruimen van graven, urnengraven en urnennissen niet te regelen, omdat de betreffende regels uit artikel 24 van de model-Beheersverordening begraafplaatsen worden beschouwd als huishoudelijke regels die het gebruik van de begraafplaats reguleren. De regels zijn daarmee niet nodig voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Uit het voorgaande blijkt waarom is gekozen voor een thematische omzetting van de activiteit aanbrengen, in stand houden, graven of verwijderen van graven, grafbedekkingen en grafkelders.
Voorbeeldtekst
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
Aan Bijlage I kunnen de volgende begripsbepalingen worden toegevoegd:
In dit omgevingsplan wordt verstaan onder:
- grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand;
- asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
- urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;
- particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
1. het doen begraven en begraven houden van lijken;
2. het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; of
3. het doen verstrooien van as.
- algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken en het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;
- particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of
zonder urnen - particuliere gedenkplaats: een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om overledenen te gedenken;
- grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooiingsplaats;
- verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid.
Paragraaf 4.1.1 (Bouw)werken
Artikel 4.1 Toepassingsbereik (al opgenomen in de geïntegreerde staalkaarten)
Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot bouwwerken en andere werken.
Artikel 4.2 Doelen (al opgenomen in de geïntegreerde staalkaarten)
1. Voor activiteiten met betrekking tot bouwwerken en andere werken gelden de volgende doelen;
a. het beschermen van stedenbouwkundige en landschappelijke waarden;
b. het beschermen van cultuurhistorische waarden;
c. het beschermen van de gezondheid;
d. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen;
e. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; en
f. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken.
2. In aanvulling op het eerste lid gelden binnen Woongebied-Transformatie de volgende doelen:
a. het realiseren van een suburbaan woonmilieu in een groen-blauwe setting;
b. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van bouwwerken;
c. het behoud van cultureel erfgoed;
d. het realiseren van een energieneutraal woongebied; en
e. het realiseren van een klimaatbestendig woongebied.
Artikel 4.x. Grafkelder aanbrengen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het aanbrengen van een grafkelder voldaan aan paragraaf 5.x Grafkelder aanbrengen.
Artikel 4.x Grafbedekking aanbrengen, in stand houden en verwijderen
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het aanbrengen, in stand houden of verwijderen van een grafbedekking voldaan aan paragraaf 5.x Grafbedekking aanbrengen, in stand houden en verwijderen.
Paragraaf 5.2.x Grafkelder aanbrengen
Artikel 5.x Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over het aanbrengen van een grafkelder op een particulier graf.
Artikel 5.x Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:
a. het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden; en
b. het voorzien in voldoende ruimte voor graven.
Artikel 5.x Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een grafkelder aan te brengen op een particulier graf.
Artikel 5.x Bijzondere aanvraagvereisten
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
a. de afmetingen van de grafkelder;
b. een duidelijke tekening van de grafkelder;
c. naam en adres van de persoon of rechtspersoon die de grafkelder vervaardigt; en
d. het materiaal waarvan de grafkelder is vervaardigd.
Artikel 5.x Beoordelingsregels omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning wordt in ieder geval geweigerd als:
a. naar het oordeel van het college onvoldoende ruimte beschikbaar is voor de grafkelder; of
b. wanneer deze niet passend is binnen de inrichting en uitstraling van een deel van de begraafplaats.
Paragraaf 5.2.x Grafbedekking aanbrengen, in stand houden en verwijderen
Artikel 5.x Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over het aanbrengen, in stand houden of verwijderen van een grafbedekking op een algemeen of particulier graf door de rechthebbende of gebruiker van het graf.
Artikel 5.x Oogmerken
De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden.
Artikel 5.x Specifieke zorgplicht
De zorgplicht houdt voor het aanbrengen, in stand houden of verwijderen van een grafbedekking op een algemeen of particulier graf [in ieder geval] in dat:
a. de gebruiker of rechthebbende verplicht is de grafbedekking behoorlijk te onderhouden; en
b. de gebruiker of rechthebbende verplicht is een beschadiging te herstellen die naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt.
Artikel 5.x Algemene regels gedenktekens en winterharde beplanting
1. De lengte en breedte van het gedenkteken overschrijdt die van het graf niet.
2. Er worden duurzame materialen gebruikt.
3. De onderdelen zijn vast aan het gedenkteken verbonden.
4. Winterharde beplanting bij volle wasdom overschrijdt de voor het graf beschikbare oppervlakte niet, tenzij deze door snoeien binnen de oppervlakte kan worden gehouden.
Artikel 5.x Aanwijzing vergunningplicht
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een grafbedekking op een algemeen of particulier graf aan te brengen of te verwijderen, als niet wordt voldaan aan de algemene regels, bedoeld in [artikel 5.x Algemene regels gedenktekens en winterharde beplanting].
Artikel 5.x Bijzondere aanvraagvereisten grafbedekkingen
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
a. de afmetingen van de grafbedekking;
b. een duidelijke tekening van de grafbedekking;
c. naam en adres van de persoon of rechtspersoon die de grafbedekking vervaardigt; en
d. het materiaal waarvan de grafbedekking is vervaardigd.
Artikel 5.x Bijzondere aanvraagvereisten gedenktekens
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een gedenkteken wordt een werktekening met de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
a. een boven-, voor- en zijaanzicht met alle hoogte-, breedte-, dikte- en lengtematen;
b. de soort, kleur en bewerking van het te gebruiken materiaal;
c. de vermelding of de letters ingehakt, opgehakt of van metaal zijn;
d. de woordindeling van het opschrift en de plaats van figuraties; en
e. het materiaal van de fundering en de wijze van bevestiging van het gedenkteken daarop.
Artikel 5.x Beoordelingsregels omgevingsvergunning
De omgevingsvergunning voor het aanbrengen, in stand houden, of verwijderen van een grafbedekking wordt alleen geweigerd als:
a. deze niet passend is binnen de inrichting en uitstraling van een deel van de begraafplaats; of
b. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is.
Artikelsgewijze toelichting
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen (al opgenomen in de geïntegreerde staalkaarten)
In dit artikel zijn op basis van de model-Beheersverordening begraafplaatsen een aantal suggesties gegeven voor het opnemen van begripsbepalingen in bijlage I van het omgevingsplan.
Paragraaf 4.1.1 (Bouw)werken
Artikel 4.1 Toepassingsbereik (al opgenomen in de geïntegreerde staalkaarten)
Deze paragraaf gaat over bouwwerken en werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde.
Er worden meerdere categorieën bouwwerken onderscheiden:
a. hoofdgebouwen;
b. bedrijfsgebouwen;
c. bijbehorende bouwwerken;
d. bouwwerken geen gebouwen zijnde;
e. het bouwen van agrarische bedrijfswoningen; en
f. het bouwen van ruimte-voor-ruimte woningen.
Per categorie worden klassen onderscheiden (of is het goed denkbaar dat deze worden onderscheiden). Dit geldt bijvoorbeeld voor hoofdgebouwen. Op het Woongebied-Transformatie is 'hoofdgebouwen - categorie II' van toepassing. Anders dan in bestaande (woon)gebieden is de inzet hier gericht op het wijzigen van de structuur van de fysieke leefomgeving. Om dit te bereiken geldt een specifieke set met doelen en randvoorwaarden. Dit rechtvaardigt een afzonderlijke klasse (subcategorie) voor transformatiegebieden.
Artikel 4.2 Doelen (al opgenomen in de geïntegreerde staalkaarten)
In dit artikel zijn de doelen op opgenomen die gelden voor a) het bouwen van bouwwerken en b) het uitvoeren van werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde. Onder de laatste categorie vallen activiteiten die onder het voorheen geldende recht als aanlegwerkzaamheden werden aangemerkt. In het tweede lid zijn de doelen opgenomen die specifiek gelden voor het Woongebied-Transformatie.
Artikel 4.x Grafkelder aanbrengen
Dit artikel legt vast aan welke paragrafen uit hoofdstuk 5 moet worden voldaan bij het verrichten van de activiteit, in casu het aanbrengen van een grafkelder op een particulier graf. Deze bepaling heeft daarmee het karakter van richtingaanwijzer.
Artikel 4.x Grafbedekking aanbrengen, in stand houden of verwijderen
Dit artikel legt vast aan welke paragrafen uit hoofdstuk 5 moet worden voldaan bij het verrichten van de activiteit, in casu het aanbrengen, in stand houden of verwijderen van een grafbedekking op een algemeen of particulier graf door de rechthebbende of gebruiker van het graf. Deze bepaling heeft daarmee het karakter van richtingaanwijzer.
Hierbij hoort de kanttekening dat een grafbedekking niet altijd een (bouw)werk is. Grafbedekkingen kunnen vallen onder het begrip ‘bouwwerk’ zoals dat gedefinieerd wordt in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet. Of er sprake is van een ‘constructie van enige omvang’ moet worden beoordeeld aan de hand van de afmetingen ervan en de invloed ervan op de omgeving. De afmetingen van een grafbedekking zijn over het algemeen beperkter dan onderwerpen waarover in jurisprudentie is uitgemaakt dat deze onder het begrip bouwwerk vallen.
Paragraaf 5.1 Grafkelder aanbrengen
Artikel 5.x Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over het aanbrengen van een grafkelder op een particulier graf.
Artikel 5.x Oogmerken
Dit artikel bevat de belangen met het oog waarop de regels in deze afdeling zijn gesteld. De regels in deze paragraaf hebben als oogmerk dat de landschappelijke of stedenbouwkundige waarden worden beschermd en er wordt voorzien dat er voldoende ruimte is voor graven op de begraafplaats.
Artikel 5.x Aanwijzing vergunningplicht
Voor het aanbrengen van een grafkelder op een particulier graf geldt een vergunningplicht. Deze vergunningplicht is gesteld met het oog op het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden.
Artikel 5.x Bijzondere aanvraagvereisten
Bij de aanvraag van de vergunning moet een aantal gegevens en bescheiden geleverd worden om de vergunningaanvraag te kunnen beoordelen. In dit artikel zijn die gegevens en bescheiden opgenomen.
Artikel 5.x Beoordelingsregels omgevingsvergunning
In dit artikel zijn de beoordelingsregels opgenomen waaraan een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt getoetst. Wanneer regelgeving voor grafkelders ontbreekt, kan de inrichting en uitstraling van begraafplaatsen rommelig of onsamenhangend overkomen. Verder geeft deze bepaling het college de bevoegdheid om te beoordelen of de fysieke ruimte op een begraafplaats toereikend is voor het realiseren van een grafkelder. Daarmee wordt voorkomen dat grafkelders worden aangelegd op plaatsen waar de ruimtelijke inrichting van de begraafplaats zou kunnen worden verstoord.
Paragraaf 5.2.x Grafbedekking aanbrengen, in stand houden of verwijderen
Artikel 5.x Toepassingsbereik
Deze paragraaf gaat over het aanbrengen, in stand houden of verwijderen van een grafbedekking op een algemeen of particulier graf door de rechthebbende of gebruiker van een graf.
Artikel 5.x Oogmerken
Dit artikel bevat de belangen met het oog waarop de regels in deze afdeling zijn gesteld. De regels in deze afdeling hebben als oogmerk dat de landschappelijke of stedenbouwkundige waarden worden beschermd.
Artikel 5.x Specifieke zorgplicht
In deze specifieke zorgplicht worden de rechten en de plichten van de rechthebbende of, in het geval van algemene graven, van de gebruiker ten aanzien van de grafbedekking omschreven. Als er sprake is van verwaarlozing van de grafbedekking kan de beheerder van de begraafplaats de rechthebbende of de gebruiker aanspreken en sommeren tot het verrichten van herstelwerkzaamheden aan de grafbedekking. De Wet op de lijkbezorging bepaalt in artikel 28, het 4e tot en met 7e lid, dat het recht op het graf vervalt wanneer 5 jaar na constatering en bekendmaking van de verwaarlozing niet in het onderhoud is voorzien. Hierbij wordt rekening gehouden met de termijn van grafrust en de uitgiftetermijn van het graf.
Artikel 5.x Algemene regels gedenktekens en winterharde beplanting
De voorwaarden in dit artikel gelden voor de grafbedekkingen op algemene en op particuliere graven, en omvatten zowel het gedenkteken als de winterharde beplantingen. Voor gedenktekens gelden regels ten aanzien van het uiterlijk aanzien en het gebruik van duurzame materialen, zoals natuursteen, metaal, keramiek, duurzame kunststoffen of een verduurzaamde houtsoort.
Voor winterharde beplantingen geldt een regel met als doel dat de beplantingen niet buiten het voor het graf beschikbare oppervlakte treden.
Artikel 5.x Aanwijzing vergunningplicht
Voor het aanbrengen, in stand houden of verwijderen van een grafbedekking op een algemeen of particulier graf door de rechthebbende of gebruiker van een graf geldt een vergunningplicht. De vergunningplicht geldt alleen wanneer er afgeweken moet worden van de algemene regels voor grafbedekkingen. Deze vergunningplicht is gesteld met het oog op het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden.
Artikel 5.x Bijzondere aanvraagvereisten
Dit artikel bevat de aanvraagvereisten als het gaat om het aanbrengen, in stand houden of verwijderen van een gedenkteken. De gemeente gebruikt de werktekeningen voor de beoordeling van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het aanbrengen, in stand houden of verwijderen van een grafbedekking. De werktekening moet inzicht geven in de gevolgen van het plaatsen, aanbrengen, herstellen of vernieuwen van een gedenkteken op het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden. Op de werktekeningen zullen ook gegevens moeten worden vermeld als de naam van de rechthebbende op het graf en de plaats van het graf (vak en nummer). Het materiaal en de grootte van de letters en figuren verdient aandacht, aangezien de bevestiging soms kan loslaten. In de praktijk vindt ten behoeve van de nabestaanden meestal een controle plaats of het werk overeenkomstig de opdracht is uitgevoerd. Daarom kan een volledige opgave van de tekst, het lettertype en de figuratie van betekenis zijn.
Artikel 5.x Beoordelingsregels omgevingsvergunning
In dit artikel zijn de beoordelingsregels opgenomen waaraan een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt getoetst. Wanneer regelgeving voor grafbedekkingen ontbreekt, kan de inrichting en uitstraling van begraafplaatsen rommelig of onsamenhangend overkomen. Verder geeft deze bepaling het college de bevoegdheid om te beoordelen of de kwaliteit en instandhouding van de begraafplaats op lange termijn wordt gewaarborgd. Grafbedekkingen die zijn vervaardigd van niet-duurzame of ondeugdelijke materialen kunnen binnen korte tijd vervormen, verkleuren of beschadigen. Dit kan leiden tot een rommelig en verwaarloosd uiterlijk van de begraafplaats.