Nummer 16, 2016

Interview met wetenschapper Zeger van der Wal

 

Auteur: Paul van der Zwan

Gemeenten werken steeds meer samen met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Dat stelt andere eisen aan gemeenteambtenaren. De ambtenaar van de toekomst moet volgens bijzonder hoogleraar Zeger van der Wal niet alleen goede beleidsnota’s kunnen schrijven, maar ook korte aantrekkelijke videoboodschappen kunnen produceren en inspraakbijeenkomsten kunnen begeleiden. Meer dan voorheen zal hij op het podium gaan opereren en niet alleen achter de schermen.

Van der Wal is sinds 1 mei jl. bijzonder hoogleraar op de Ien Dales Leerstoel van de Universiteit Leiden en het CAOP. De naam van oud-staatssecretaris Dales wekt sinds haar uitspraak ‘een beetje integer bestaat niet’ de associatie met ambtelijke integriteit. Logisch dus dat Van der Wal zich daarover gaat buigen. Daarnaast gaat hij bijdragen aan het denken over de overheidsmanager en -organisatie van de toekomst.

Gemeenten hebben te maken met veranderingen in de samenleving. Welke vooral?

‘Gemeenten kregen de verantwoordelijkheid voor een aantal nieuwe taken op het gebied van zorg, welzijn, wonen en de integratie daartussen. Tegelijkertijd wordt van gemeenteambtenaren en bestuurders verwacht dat zij controle en verantwoordelijkheid loslaten door veel meer samen met burgers, bedrijven, en maatschappelijke organisaties beleid en diensten te ontwerpen, in coproductie zoals dat tegenwoordig heet. Zij komen daardoor in een soort spagaat terecht omdat burgers en andere stakeholders nog steeds verwachten dat het bestuur het voortouw neemt (en de schuld krijgt als zaken fout gaan!) terwijl dat bestuur steeds minder vanzelfsprekend ook de autoriteit en de legitimiteit heeft om ook echt stevig te besturen.’

Welke veranderingen kunnen zij wel en welke moeilijker aan?

‘Voor veel ambtenaren en bestuurders is het gemakkelijker gezegd dan gedaan om ook echt horizontaal samen te werken met niet-overheden, zeker aan het begin van de beleidscyclus. Mede doordat expertise en verantwoordelijkheid toch vaak nog bij gemeenten liggen. Tegelijkertijd liggen er steeds meer mogelijkheden voor gemeenten om deskundigheid, inbreng, en creativiteit af te tappen uit de samenleving. Burgers zijn steeds mondiger en hoger opgeleid en hebben vaak best goede ideeën over hoe zaken lokaal beter geregeld kunnen worden. Voor gemeenten is de belangrijkste vraag hoe je die inbreng organiseert. Bijvoorbeeld door burgers goede informatie vooraf te verstrekken en hen te coachen en begeleiden in hun nieuwe rol als coproducent. Eerlijkheid en transparantie over wat er daadwerkelijk met hun inbreng gebeurt, zijn daarbij cruciaal, juist om de legitimiteit van het bestuur te vergroten.’

Ambtenaren zijn ondernemend maar geen ondernemers

Wat hebben die veranderingen voor gevolgen voor de gemeentelijke organisatie?

‘Veel veranderingen in de richting van een meer horizontale, netwerksamenleving zijn al enige tijd gaande. Daarnaast zie je dat burgers en belanghebbenden steeds veeleisender en ongeduldiger worden: er moet gewoon goed en snel geleverd worden. De buitenwereld heeft steeds minder boodschap aan allerlei interne of bureaucratische beperkingen en accepteert die ook niet langer als excuus voor dienstverlening die langzaam, gefragmenteerd of onlogisch overkomt. Nog meer dan voorheen zullen gemeentelijke organisaties van buiten naar binnen moeten gaan denken in plaats van andersom en hun processen ook vanuit de wensen van – en samen met – eindgebruikers moeten gaan vormgeven en uitvoeren.’

Wat vraagt dat van de gemeentelijke organisatie?

‘Meer flexibiliteit, aanpassingsvermogen, anticiperend leiderschap op belangrijke momenten, bijvoorbeeld als zich crises voordoen. Daarnaast zullen gemeenteorganisaties goede antennes moeten ontwikkelen om continu op de hoogte te zijn van wat er speelt in de voor hen belangrijke netwerken. Stakeholders kunnen ook zelf als zulke antennes fungeren; zij zijn immers al vertakt in andere netwerken.’

En wat hebben die veranderingen voor gevolgen voor de gemeenteambtenaren?

‘Gemeenteambtenaren krijgen steeds meer een andere rol. Of beter gezegd: er worden nieuwe rollen aan hun repertoire toegevoegd. Klassieke rollen – die van onpartijdig beleidsuitvoerder, politiek adviseur, reguleerder en domeindeskundige – verdwijnen immers niet maar hun vanzelfsprekendheid en belang zijn wel aan het verschuiven. In toenemende mate worden zij ook de verbindende schakel in netwerken van allerlei partijen en dat betekent dat ze ook andere vaardigheden moeten gaan ontwikkelen.’

Welke nieuwe eisen worden daardoor aan hen gesteld?

‘Die vaardigheden en eisen zijn heel verschillend van aard. Verbinden, communiceren en onderhandelen worden bijvoorbeeld steeds belangrijker om diverse samenwerkende partijen te committeren aan beleidsdoelen en om beleidsintenties te ‘verkopen’ aan een veel rijker geschakeerd landschap van goedkeurders dan alleen politici en burgers. Om effectief te kunnen communiceren en een heel divers gezelschap van actoren – met andere agenda’s, achtergronden en opleiding en met een ander inlevingsvermogen – mee te krijgen met gemeentelijke prioriteiten zal de ambtenaar van de toekomst niet alleen goede beleidsnota’s moeten kunnen schrijven. Hij zal ook korte, aantrekkelijke videoboodschappen moeten kunnen produceren, waardevolle inspraakevents moeten ontwerpen en begeleiden, en vaker woordvoerder zijn van gemeenten en beleid tijdens openbare gelegenheden. Meer dan vroeger zal de ambtenaar van de 21ste eeuw ook op het podium gaan opereren en niet alleen maar achter de schermen.’

Gemeenteambtenaren krijgen steeds meer een andere rol

Hoe moet de nieuwe gemeenteambtenaar eruitzien?

‘Ervaring in en met andere sectoren zal steeds belangrijker worden. In de internationale literatuur wordt al gesproken van tri-sector athletes, bestuurlijke en ambtelijke topsporters die in diverse sectoren en maatschappelijke geledingen actief zijn (geweest) en worden gedreven door het creëren van publieke meerwaarde en tegelijkertijd begrijpen dat een zekere ondernemende manier van denken daarbij noodzakelijk is. Let wel: gemeenteambtenaren van deze eeuw zijn ondernemend maar geen ondernemers. Zij blijven zich altijd bewust van hun bijzondere juridische en beleidsmatige positie. We hebben in het verleden gezien waar te ondernemend gedrag van ambtenaren toe kan leiden.’

Integriteitskwesties blijven zich voordoen, ook op gemeentelijk niveau. Hoe komt dat?

‘Integriteitskwesties zullen er zijn zolang mensen van vlees en bloed ons beleid en bestuur vormgeven. Zij komen over de hele wereld voor. Het lokaal bestuur speelt zich dicht bij burger en samenleving af en is daardoor extra kwetsbaar. Een goede lokale bestuurder of ambtenaar zijn, betekent automatisch dat er zich regelmatig dilemma’s voordoen. Immers, enerzijds is het goed om veel voeling met de samenleving te hebben, te weten wat er speelt, en uitstekende contacten met lokale ondernemers te onderhouden. Anderzijds zijn enige distantie en onafhankelijkheid gepast. Dat er tegenwoordig meer aandacht is voor integriteitskwesties en ze ook veel zichtbaarder zijn, komt door het tijdperk van “ultratransparantie” waarin bestuurders en ambtenaren opereren. Niet omdat integriteitsschendingen opeens veel meer voorkomen. Dat blijkt in ieder geval niet uit onderzoek van mij en collega’s.’

Hoe belangrijk is integriteit voor de gemeenteambtenaar van de toekomst?

‘Integriteit zal en moet altijd van groot belang zijn. Waar bestuurders en ambtenaren goed over na moeten gaan denken, en beleid en training zich verder in moeten ontwikkelen, is wat de netwerksamenleving waarin beleid en diensten in coproductie tot stand komen, betekent voor integriteit. Zijn gemeenten ook medeverantwoordelijk voor het gedrag van hun maatschappelijke en private partners? Zo ja, hoe dek je dat af en organiseer je dat? Zo nee, hoe leg je dat uit aan burgers en hoe reageer je als een van de partners in je netwerk over de schreef gaat? Het openbaar bestuur wordt daar toch altijd extra op aangekeken, zo werkt dat nu eenmaal. Twee andere belangrijke kwesties worden de steeds verder digitaliserende samenleving en overheid – met vervagende grenzen tussen werktijd en privétijd en tussen privacy en veiligheid – en toenemende diversiteit in personeelsbestanden en de samenleving als geheel, in termen van gender, generaties, religie, en geaardheid. Hoe gaan ambtenaren en bestuurders om met mogelijke spanningen die dat creëert en hoe benutten ze het enorme potentieel van meer diversiteit? Training en beleid kunnen daarin nog toekomstgerichter worden.’

Een beetje niet-integer kan in ieder geval niet!

Hoe kan de integriteit op lokaal niveau bevorderd worden?

‘Screening en integriteitscodes zijn belangrijk, net als regelingen voor geschenken en nevenfuncties. Zulke juridische instrumenten alleen zijn echter niet voldoende. Training, bewustwording en het creëren van een cultuur van bespreekbaarheid worden belangrijker. Als een ambtenaar zich onprofessioneel gedraagt op Twitter of op zaterdagavond in de lokale horeca, benut een leidinggevende zo’n moment dan ook om bewustwording te vergroten en normen opnieuw te bespreken in plaats van alleen maar te bestraffen? Een veilige cultuur is juist van cruciaal belang om dilemma’s op tijd te bespreken voordat het verkeerd gaat. Als dat dan gebeurt, zou dat juist moeten leiden tot een hernieuwde discussie. Helaas vervallen discussies op zulke momenten nog wel eens in zwartepieten. Begrijpelijk is dat wel want betrokkenen zien graag een schuldige en een schuldbekentenis maar intern liggen er op zulke momenten juist kansen om weerbaarheid te vergroten en nieuwe uitglijders te voorkomen.’

Een beetje integer kan niet, helemaal integer wel?

‘Een beetje niet-integer kan in ieder geval niet! Er zullen altijd rekkelijken en preciezen zijn en wat de samenleving acceptabel vindt, is aan verschuiving onderhevig. Maar de publieke sector heeft nu eenmaal een bijzondere rol en verantwoordelijkheid naar de samenleving en wat gemeenteambtenaren en bestuurders doen, ligt onder het vergrootglas. Zij zijn aan meer controle onderhevig dan de gemiddelde werknemer in het bedrijfsleven en daar is ook niks mis mee. Waar we wel voor moeten waken, is wat hoogleraar bestuurskunde Leo Huberts “integritisme” noemt: het onnodig oprekken en overdrijven van het integriteitsbegrip. Dat kan ertoe leiden dat niemand meer beslissingen en verantwoordelijkheid neemt. Juist daarom is een cultuur van bespreekbaarheid en leren ook zo belangrijk wanneer het om integriteit gaat.’

Waar gaat u zich als bijzonder hoogleraar op de Ien Dales Leerstoel vooral op richten?

‘Integriteit zal een belangrijk aandachtsgebied zijn. Ik wil echter de leerstoelthematiek verbreden naar andere thema’s zoals de dynamische rollen van de ambtenaar in een sterk veranderende omgeving en de vaardigheden en waarden die bij de diverse rollen horen. Ook heeft mijn bijzondere interesse hoe ambtelijk vakmanschap tot stand komt en gestimuleerd kan worden. Dat sluit ook aan bij de discussie die BZK heeft aangezwengeld over ambtelijk vakmanschap. Wat betekenen de nieuwe eisen aan ambtenaren en bestuurders voor onderwijs, training, en personeelsbeleid?’

Zeger van der Wal is sinds 1 mei jl. bijzonder hoogleraar op de Ien Dales Leerstoel van de Universiteit Leiden en het CAOP, het kennis- en dienstencentrum op het gebied van arbeidszaken in het publieke domein. Hij is afgestudeerd in de politicologie, gepromoveerd in de bestuurskunde en werkte als ambtenaar en wetenschapper.