VNG Magazine nummer 14, 21 september 2018

Auteur: Paul van der Zwan | Beeld: GinoPress/ANP

Ommen en Hardenberg waren destijds een van de eerste gemeenten die ambtelijk fuseerden. Het einde van die fusie ruim zes jaar later is een primeur in Nederland. 


‘Het is net als bij een huwelijk: er kan iets insluipen dat je niet voorziet maar waardoor je wel moet concluderen dat je als partners niet de goede keuze hebt gemaakt.’ Hans Vroomen is pas sinds december vorig jaar burgemeester van Ommen. ‘Het is zoals het is’, zegt hij. Desondanks betreurt hij de keuze van Hardenberg om de samenwerking te beëindigen.
Een samenwerking die in juli 2012 zo hoopvol begon. Ommen (17.600 inwoners) en Hardenberg (60.500 inwoners) brachten hun zeshonderd ambtenaren onder in de Bestuursdienst Ommen-Hardenberg (BOH). Deze voert voor beide gemeenten taken uit van de uitgifte van paspoorten tot het onderhoud van openbaar groen. Ook handelt de BOH aanvragen af voor omgevingsvergunningen en voor uitkeringen. Dat alles om de kwaliteit van de dienstverlening van beide gemeenten te verbeteren en hun taken efficiënter uit te voeren.

De samenwerking hinderde ons om volgende stappen te zetten

Maar al in december vorig jaar besloot Hardenberg uit de BOH te stappen. Een rigoureuze stap, erkent burgemeester Peter Snijders. ‘Maar de samenwerking hinderde ons om volgende stappen te zetten in wat de samenleving nodig heeft.’ De constructie van een gemeenschappelijke regeling met een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur, een begroting en een jaarrekening, die beide naar de raden van de twee gemeenten moesten, hinderde Hardenberg. ‘We werden als bestuurders te veel de bedrijfsvoering ingetrokken terwijl we die juist op afstand wilden zetten. Dat werd steeds erger.’ Daar kwam bij dat het college en de raad van beide gemeenten anders dachten over de verantwoordelijkheden van raden, colleges en het bestuur van de BOH. Vroomen: ‘Hardenberg is drie keer zo groot als Ommen. Dat betekent iets voor de afstand tussen bestuur en bestuursdienst. In Ommen zijn de lijnen relatief kort, het bestuur zit er korter op. Dat leidde in Hardenberg tot spanningen.’

Complicaties
Het grote verschil in schaalgrootte had nog meer complicaties. Snijders: ‘Hardenberg heeft een streekfunctie; bereikbaarheid en werkgelegenheid staan hoog op de agenda. Ommen is meer gericht op hoe het in de gemeente zelf is georganiseerd, bijvoorbeeld bij onderhoud van wegen en plantsoenen. Ook die verschillen werden bij de bedrijfsvoering van de BOH binnengebracht.’
Vroomen heeft begrip voor de argumenten van Hardenberg. Maar eind vorig jaar zorgde het besluit van die gemeente voor verbazing en onrust in Ommen. ‘Onze raad had net geld beschikbaar gesteld om de organisatie van de BOH verder te ontwikkelen. Bij mijn installatie half december heb ik Hardenberg ook opgeroepen terug te keren op zijn schreden. Maar natuurlijk begrijp ik dat de bestuurlijke samenwerking geen toekomst heeft als een van de partners niet meer wil.’

We blijven natuurlijke goede buren

Ondanks het besluit om per 2019 de stekker uit de BOH te trekken, heeft de samenwerking ook goeds gebracht. Snijders: ‘Veel zelfs. De efficiency is verbeterd van het beheer van de openbare ruimte en het buitengebied, van de ICT, van de digitale dienstverlening en van de uitvoering van taken in het sociaal domein.’ Ook is Vroomen zeer te spreken over de inzet en de betrokkenheid van de medewerkers van de BOH. Bestuur en medewerkers van de BOH hebben de wens uitgesproken te proberen het goede te behouden.
Desondanks gaan beide gemeenten hun organisaties verschillend inrichten. Hardenberg kiest voor een ambtelijke organisatie die alle taken en diensten zelf uitvoert. Ommen daarentegen wordt een zogeheten regiegemeente die veel taken uitbesteedt of inhuurt. Vroomen: ‘We zijn een kleine gemeente en de kwetsbaarheid die dat met zich meebrengt, willen we wegnemen door taken uit te laten voeren door samenwerkingsverbanden, andere partners en gemeenten.’
Waaronder de gemeente Hardenberg, waar Ommen de komende jaren de administratie van het sociaal domein, het beheer van het openbaar gebied, ICT, gegevensbeheer en het gemeentearchief onderbrengt. Vroomen: ‘Want we blijven natuurlijk goede buren.’ 

Consequenties
Alle medewerkers van de BOH gaan per 1 januari 2019 over naar de gemeente Ommen of Hardenberg. Medewerkers van de BOH kunnen solliciteren op een functie bij de gemeente Ommen. Hardenberg neemt alle medewerkers van de BOH die niet overgaan naar Ommen, in dienst.
Beëindiging van de ambtelijke fusie heeft ook financiële consequenties. Die worden grotendeels met gesloten beurzen verrekend. Hardenberg betaalt Ommen wel een eenmalige uittreedsom van 1,3 miljoen euro; die gemeente heeft immers het besluit genomen om uit de BOH te stappen. Snijders: ‘Dat doen we natuurlijk met pijn in het hart, maar hiermee wordt de discussie over verrekening beëindigd. Dat is goed.’

Beide gemeenten zeggen veel geleerd te hebben van de samenwerking. Hadden zij deze afloop nu kunnen voorzien? Snijders: ‘Dat is natuurlijk de grote vraag. We richten ons allereerst op de toekomst, wellicht dat we later nog eens onderzoeken of we hadden kunnen weten dat het zo zou lopen.’
Het is een vraag die veel collega’s uit het land bezighoudt. Het laatste halfjaar zijn velen van hen op de koffie geweest bij Snijders. ‘Ook zij worstelen met het behoud van de eigen autonomie in de ambtelijke samenwerking.’

Oorzaken
Zonder dat onderzoek is verricht naar de afloop van de BOH, wil Snijders wel ‘een schot voor de boeg’ doen over oorzaken. Vier elementen noemt hij van belang bij ambtelijke fusie: de schaal van de besturen van de fusiepartners, de bestuursculturen, de maatschappelijke opgaven van de partners en de verwachting van de samenwerking voor de toekomst. ‘Is de samenwerkingsconstructie bijvoorbeeld een eindstation of een tussenstap naar herindeling?’ Over al die elementen moeten fusiepartners tevoren goed nadenken.
Vroomen vindt vooral evenwichtigheid qua schaal van fusiepartners belangrijk. ‘Daarnaast moet je uiteraard goed nadenken over de ambities en drijfveren die je als gemeente hebt binnen de samenwerking.’ Oftewel het oude adagium: bezint eer ge begint.