Nummer 3, 2016

Auteur: Paul van der Zwan

Eén adviesraad biedt bredere blik

De Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet verplichten gemeenten om burgers te betrekken bij de uitvoering van deze wetten. Maar hoe doe je dat als gemeente? Lansingerland koos voor één orgaan: de Adviesraad Sociaal Domein (ASD). Vooral vanwege de brede blik ervan, aldus wethouder Ankie van Tatenhove.


Lang voor de decentralisatie van taken op het gebied van jeugd, zorg en participatie in 2015 liet Lansingerland zich al adviseren door burgers. Zo kende de gemeente de adviesraad Wmo en de cliëntenraad Wwb (Wet werk en bijstand). Wethouder Ankie van Tatenhove (ChristenUnie): ‘We waren erg tevreden over beide want ze waren van grote waarde. Ze hebben ons geadviseerd over alle verordeningen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en werk en bijstand. Het waren hele lappen tekst waar ze zich doorheen moesten werken, en dat hebben ze prima gedaan.’ Daarnaast kon het college van B en W bij hen terecht met specifieke vragen en kreeg hij ongevraagde adviezen. ‘We wilden beide adviesorganen daarom niet kwijt.’

Advisering

Net als Lansingerland staan andere gemeenten sinds 2015 voor de vraag hoe de advisering door burgers over het sociaal domein in te richten. Wmo-raden kennen gemeenten al. Die in stand houden en verder ontwikkelen is uiteraard een mogelijkheid. Deze keuze vraagt wel om instelling van burgeradviesorganen op het gebied van jeugd en participatie. Naar verwachting kiezen de meeste gemeenten er echter voor om de Wmo-raad te laten opgaan in een Adviesraad Sociaal Domein (ASD).

Meer op maat

Zo ook Lansingerland. Van Tatenhove: ‘Als we in onze dienstverlening binnen het sociaal domein uitgaan van één plan voor één gezin, dan ligt het voor de hand dat een adviesraad dat ook doet. Dat is in lijn met het idee van de decentralisaties waarbij taken niet alleen bij de gemeente terechtkomen maar die taken ook anders uitgevoerd gaan worden. Meer op maat en in samenhang met elkaar.’

Van Tatenhove geeft als voorbeeld een plan voor jeugdzorg in een gezin. ‘Het is de bedoeling dat we dan direct kijken naar andere problemen, zoals met financiën en dat we alle problemen met één plan aanpakken.’ Wanneer er in de gemeente twee of drie burgeradviesraden zijn binnen het sociaal domein, krijgt de gemeente versnipperde adviezen. ‘Nu krijgen we gedegen en deskundig advies met veel samenhang. De ASD heeft een veel bredere blik dan afzonderlijke adviesorganen zouden hebben.’

Lansingerland was er snel bij, het college van B en W stelde de ASD in die al op 1 januari 2015 begon. De raad adviseert op de beleidsgebieden jeugd, Wmo en participatie. Maar soms ook op andere gebieden. ‘We leggen allerlei vraagstukken aan de ASD voor, bijvoorbeeld over de gevolgen van het scheiden van wonen en zorg voor ons woonbeleid en over hoe we moeten omgaan met het beschikbaar stellen van huizen aan statushouders. Formeel valt dit buiten de taak van de adviesraad, maar deze vraagstukken hebben wel gevolgen voor het sociaal domein.’

Goed voorbeeld

Daarnaast vangt de ASD signalen op uit de bevolking. Een goed voorbeeld vindt de wethouder de grand cafés die de adviesraad organiseerde rond de Wmo. ‘Uit die bijeenkomsten kun je trends destilleren, maar er komen ook geluiden naar boven van individuele burgers die hulp nodig hebben. Die gaan gelijk naar de beleidsafdelingen, die snel tot een oplossing proberen te komen.’

De ASD bracht tot nu toe negen adviezen uit. Van Tatenhove beschouwt ze alle als waardevol. ‘We konden er in alle gevallen direct iets mee.’ Het advies over hoe om te gaan met de woningvoorraad springt er wat de wethouder betreft uit. ‘Het gaf ons inzicht in hoe we het oplopen van wachttijden voor een huurhuis konden tegengaan en inzicht in de doelgroepen die door ons beleid tussen wal en schip dreigden te vallen. Dat kunnen mensen zijn die zorg en voorzieningen thuis nodig hebben. Een advies dat alleen vanuit de blik van deze mensen zou zijn geschreven, was minder waardevol geweest dan het integrale advies dat we nu kregen. Hierbij bewees de ASD dus zijn meerwaarde.’

De ASD legt zijn oor te luisteren bij de bevolking, net als raadsleden doen. Toch doet de raad geen dubbel werk, vindt Van Tatenhove. ‘De adviezen van de ASD zijn geschreven vanuit de doelgroepen van het sociaal domein. De ASD peilt veel systematischer dan raadsleden doen. Die aanpak vormt echt een meerwaarde.’ Het college van B en W verwerkt de adviezen van de ASD direct in zijn beleidsvoorstellen. ‘Dat werkt prima en snel.’ De ASD lijkt zich in korte tijd onmisbaar te hebben gemaakt. 

Vizier ook op ongevraagde adviezen

De Adviesraad Sociaal Domein (ASD) bracht het eerste jaar negen adviezen uit die door zijn opdrachtgever goed werden gewaardeerd. Toch reiken de ambities voor 2016 verder. Voorzitter Nick Steenkamp: ‘We hebben tot nu toe alleen gevraagde adviezen uitgebracht. Daar willen we verandering in brengen, we zijn er niet alleen voor het college van B en W maar ook voor de burger.’


Steenkamp zal het niet bij woorden laten, hij weet al hoe de adviesraad aan onderwerpen kan komen voor ongevraagde adviezen. De achttien leden van de ASD moeten in contact treden met maatschappelijke organisaties in de gemeente. ‘Denk daarbij aan bijvoorbeeld Humanitas, Kwadraad en MEE. Elk lid van de ASD gaat straks twee organisaties adopteren en hen regelmatig bezoeken. Deze organisaties staan midden in de maatschappij; zij weten welke problemen er voortkomen uit bijvoorbeeld schulden, echtscheidingen. Dat kan een bron zijn voor onze ongevraagde adviezen.’

Roer

Hoewel Steenkamp pas sinds juli vorig jaar voorzitter is, heeft hij het roer van de ASD stevig in handen. Wethouder Ankie van Tatenhove prijst zijn aanpak. De voorzitter heeft van doen met drie werkgroepen binnen de ASD: Jeugd en Passend Onderwijs; Werk en Inkomen; Wonen, Zorg en Welzijn. Die moet hij per advies op één lijn zien te krijgen. ‘Uiteindelijk beslissen de voorzitters van de drie werkgroepen en ik als voorzitter van de ASD. Tot nu toe verliep dat harmonieus.’

Dat ondanks de verschillende achtergronden van de leden van de ASD. Enkele van hen zaten voorheen in de Cliëntenadviesraad Wet werk en bijstand. Als nadeel van een ASD wordt wel gezien dat de ervaringsdeskundige cliënt wegvalt tegenover beter opgeleide en mondiger burgers in de adviesraad. Steenkamp weet ervan. ‘De ASD bestaat voor ongeveer een derde uit ervaringsdeskundigen. Ik houd hun positie extra in de gaten, maar merk er niets van dat ze in de verdrukking komen door de andere leden, die veelal hoogopgeleid zijn. Ook in de drie werkgroepen benadruk ik het belang van gezamenlijkheid van de ASD.’

Een voorzitter van een ASD moet van veel markten thuis zijn. Hij behoort onder meer bestuurlijke ervaring te hebben, kennis van de gebieden binnen het sociaal domein en van de lokale politiek. Steenkamp zegt veel baat te hebben bij zijn verleden als onder meer kabinetschef van de minister van VROM, raadslid voor het CDA in Lansingerland, sociaal raadsman in Zoetermeer en voorzitter van de Habitat-foundation, die zich richt op de ontwikkeling van woningen voor kansarmen in Zuid-Afrika. 

Dat het voorzitterschap Steenkamp goed bevalt, heeft mede te maken met de kwaliteit van de adviezen. ‘Die is goed en de adviezen zijn relevant. Neem ons advies over een collectieve zorgverzekering waarbij mensen met een laag inkomen korting krijgen. Voor hen geldt een lager drempelinkomen dan in gemeenten hier in de buurt. Die verzekering is er gekomen en ons advies is voor een deel overgenomen. Het doet me goed dat ons werk ook ten goede komt aan minderbedeelden.’

Het mag duidelijk zijn, voor Steenkamp houdt het niet op als zijn de ASD een advies heeft uitgebracht. ‘We houden het goed in de gaten, we willen dat de adviezen zo veel mogelijk in het beleid worden geïmplementeerd en niet dat ze direct in de papiershredder terechtkomen. Tot nu toe waardeert de gemeente onze adviezen en wij blijven voortdurend werken aan de kwaliteit. Zo kun je elkaar versterken.’