Van mensen een warm welkom heten, meewerken in de keuken tot de kleedkamers van artiesten klaarmaken. Elf medewerkers met een verstandelijke beperking van Amerpoort werken sinds een half jaar in TivoliVredenburg. Het is het eerste poppodium dat zo’n samenwerking is aangegaan

Vrijdagochtend loopt het al aardig vol in Het Gegeven Paard, een van de café-restaurants die bij concertzaal TivoliVredenburg hoort. De locatie, vlak bij het station en midden in het centrum van Utrecht, maakt het een gewilde plek, niet alleen voor concertbezoekers. 

Joeri Wijsman bedient bij TivoliVredenburg

Joeri Wijsman loopt geconcentreerd rond met een dienblad met koffie en thee. Vriendelijk bedient hij de mensen aan hun tafels. Tussen alle drukte door heeft hij even tijd om wat te vertellen over zijn werk. ‘Ik werk hier nu een half jaar bij TivoliVredenburg’, vertelt hij, terwijl hij even aanschuift aan tafel bij Linette van Accooij en Miranda de Vries, zijn twee begeleiders van Amerpoort. ‘Ik kom uit Amersfoort Vathorst. Zo leer ik verder reizen. Ik werk zes uur per dag en vier dagen per week, en op verschillende werktijden. Ik werk vooral in de bediening en in de keuken, waar ik groente snijd en de avond voorbereid. Op de dag waarop ik ben ingedeeld, wordt besloten waar ik sta.’

Werken tussen ‘normale’ mensen

Net als de andere Amerpoort-collega’s bij TivoliVredenburg heeft hij horecaervaring opgedaan bij een andere dagbesteding. Nieuwe vaardigheden worden op de werkvloer geleerd onder aansturing van de begeleiders. Na deze ochtend in de bediening in het café, wacht Joeri straks nog een keukendienst. Ook dat vindt hij leuk. 

‘Het allerleukste van mijn werk? Dat ik tussen normale mensen werk. Ik heb het gevoel dat ik geen beperking heb. Je ziet niet heel vaak mensen met een beperking werken in de horeca. Ik vind het echt fijn dat het kan. Iedereen ziet er hetzelfde uit in de witte blouse. Ook leuk is dat ik mensen kan meenemen naar concerten. Ik heb vorige week mijn eerste concert gezien: Nick en Simon.’

‘Hoe cool is het om bij TivoliVredenburg te werken’, stelt Linette van Accooij, een van de begeleiders die de elf medewerkers begeleiden. Amerpoort is een zorgorganisatie die 2500 cliënten Utrecht, Flevoland en in 't Gooi ondersteunt bij wonen, werken, dagbesteding en vrije tijd. De organisatie had al een horecaproject lopen in Amersfoort. Toen dat ten einde liep, zijn ze verder gaan kijken. 

Via haar vriend die bij het Utrechtse poppodium werkt, kwam het team van Amerpoort op deze mogelijkheid. ‘Uniek van deze werkplek is dat onze cliënten hier werken op een gewone werkplek samen met mensen zonder beperking, waarbij ze gelijkwaardig werken. Zo worden ze ontvangen en gezien. Een van de deelnemers zei als eerste ‘Hé, ze hebben het helemaal niet over mijn beperking.’ Inmiddels worden ze uitgenodigd voor feestjes van TivoliVredenburg.’

Eerste poppodium van Nederland

TivoliVredenburg is daarmee het eerste poppodium van Nederland dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een werkplek biedt. Het werk is verdeeld over twee takken: de BV, die de horeca Het Gegeven Paard en restaurant Danel beheert in het gebouw en het bijbehorende restaurant, en de stichting die over de concerten gaat. TivoliVredenburg hoeft ze geen salaris te betalen, dat komt uit Wajong of WLZ.

Afgelopen april startten zes mensen uit Amersfoort. De medewerkers uit Amersfoort pakken elke ochtend zelfstandig de trein naar hun werk in Utrecht. Inmiddels zijn er vijf medewerkers uit Utrecht en omstreken bijgekomen. Allemaal hebben ze een licht verstandelijk beperking, maar hebben ze wel een bepaalde mate van zelfstandigheid nodig en kunnen ze tegen prikkels. Allemaal hebben ze ruime ervaring in de horeca. 

‘Toch was het in de beginperiode aftasten welke werkzaamheden de cliënten konden gaan doen’, vertelt Jiska Jacobs, teamleider hospitality services van TivoliVredenburg. ‘We hebben ervoor gekozen eerst te starten in de dag-horeca en de keuken. Het werken bij de concerten is namelijk allesbehalve routineus: elke dag andere tijden, andere concerten en een grote verscheidenheid bezoekers. Dat vergt best wat flexibiliteit en aanpassingsvermogen, iets waarvan we niet konden inschatten hoe de cliënten hiermee om zouden gaan.’

Na een paar maanden waren de cliënten wat meer gewend aan het immense gebouw en hebben ze steeds meer collega’s leren kennen. Jacobs: ‘Na de zomer zijn ze dan ook gestart als ‘Kan ik je Helpen’ medewerker en ontvangen ze onze bezoekers bij binnenkomst. Voorafgaand krijgen ze een uitleg welke concerten er zijn, welke routes bezoekers kunnen nemen en of er bezoekers zijn die extra hulp nodig hebben. Dat vonden ze in het begin behoorlijk spannend. Bij bezoekers levert het wisselende reacties op, vooral omdat bij de collega’s van Amerpoort niet altijd zichtbaar is dat ze een verstandelijke beperking hebben. Zo hadden we onlangs een klacht van een bezoeker in een rolstoel dat ze het erg vervelend vond dat de medewerker haar niet had aangekeken terwijl hij met haar sprak. Er werken altijd collega’s van TivoliVredenburg samen met de cliënten om te kunnen bijspringen als ze er zelf niet uitkomen.’

Wennen aan de nieuwe collega’s

Hoe vonden de vaste medewerkers van TivoliVredenburg het om te moeten werken met mensen met een licht verstandelijke beperking? Jacobs: ‘Direct vanaf de start merkten we vooral veel enthousiasme bij collega’s en niemand heeft ooit vraagtekens gesteld bij deze samenwerking. Wel moesten ze ook even wennen. Op de vloer vergt het vaak net wat meer geduld van onze collega’s en dat vindt de een makkelijker dan de ander. We hebben daarom afgesproken dat de collega’s van Amerpoort altijd ‘boventallig’ worden ingezet zodat ze zich even kunnen terugtrekken als ze overprikkeld zijn. We kunnen niet verwachten dat onze collega’s altijd weten om te gaan met mensen met een beperking, daarom is de rol van de begeleiders zo belangrijk – zij vormen dan echt een brug. Ondertussen voelt het echt als onze volwaardige collega’s en zie je dat ze zich steeds vrijer bewegen door het pand.’

En dat komt niet in de laatste plaats door de Amerpoort-medewerkers zelf. Van Accooij: ‘Ze zijn namelijk heel openhartig en puur. Ze hebben geen dubbele agenda en dat werkt erg ontwapenend. Mensen zijn soms bijna ontroerd. Onze cliënten nemen veel humor mee en zijn erg enthousiast. Ze maken hier veel contact met mensen. Je ziet ze stralen omdat ze zich gewaardeerd voelen. Dat doet wat met je collega’s maar ook met je bezoekers.’

Soms bepaalt de beperking de grens 

De Vries: ‘Onze rol als begeleiders was in het begin veel netwerken en uitleggen hier in het gebouw. Het was zoeken naar welke werkzaamheden onze mensen konden oppakken. Niet iedereen was er bewust van dat onze cliënten een rugzakje met zich meedragen, een gebruiksaanwijzing hebben. Je moet bijvoorbeeld dingen net even wat meer herhalen. Als begeleider blijven we in de buurt en houden de cliënten in de gaten.’

Natuurlijk hebben ook zij hun dag wel eens niet, vertelt Van Accooij. ‘Dan zitten ze niet lekker in hun vel. De beperking speelt altijd een rol. Daar is wel eens onbegrip voor. Dan moeten ze eerst even hun verhaal kwijt in de ochtend voordat ze het terras moeten gaan opbouwen. Gemiddeld hebben onze cliënten een sociaal-emotioneel niveau van een 7-jarige. Er zijn dingen die ze niet aan kunnen. Het is van beide kanten geven en nemen. We proberen een goede werkhouding mee te geven, maar soms bepaalt de beperking de grens. Ook ligt overvraging op de loer.’

De Vries: ‘Dit werk verrijkt echt hun leven. Ze mogen gratis naar concerten, en familieleden meenemen. Dat zouden ze anders niet zo snel doen. Vooral ook voor de sociale ontwikkeling is dit werk erg belangrijk. Het werken met collega’s schept een band, ze moeten zelfstandig reizen naar een andere stad, dat verbreedt hun wereld enorm. Kortom, het is een fantastische kans op een mooie plek midden in de samenleving. We hebben sinds april veel bereikt.’

Ook Jiska Jacobs kijkt met trots op de eerste maanden. ‘De samenwerking met Amerpoort zien we echt voor de lange termijn. Een van de mooiste momenten was toen we afgelopen zomer een rondleiding gaven aan de ouders en begeleiders van de cliënten. Om dan van ouders te horen hoeveel hun zoon/dochter gegroeid is sinds ze werken voor TivoliVredenburg hadden we nooit durven verwachten. Je zag de cliënten gloeien van trots als ze hun werkplek laten zien aan hun familie.’