'Ambtswoning in ere herstellen'

Nummer 12, 25 augustus 2017

Drie vragen aan... Job Cohen, oud-burgemeester van Amsterdam


Auteur: Leo Mudde

In diverse gemeenten liggen burgemeesters die niet (willen) verhuizen naar hun werkgemeente onder vuur. Terecht of niet? Job Cohen, bijzonder hoogleraar gemeenterecht/gemeentekunde en voormalig burgemeester van Amsterdam, nuanceert.

De bepaling in de Gemeentewet dat een burgemeester moet wonen in de gemeente waar hij of zij burgemeester is, is die nog wel van deze tijd?
‘Het uitgangspunt is goed, er valt veel voor te zeggen. De burgemeester is toch de eerste burger en het zou gek zijn als die niet in de gemeente woont. Maar ik zie ontwikkelingen die aanleiding geven voor enige nuancering. Mijn indruk is dat burgemeesters korter op een plek zitten dan vroeger. Daarnaast is het vaak niet zo gemakkelijk om van de ene naar de andere woning te gaan. Zeker in bepaalde regio’s zijn huizen erg duur geworden. Ik had een collega in de buurt van Amsterdam die wilde wel verhuizen, maar kon het echt niet betalen met het salaris van een burgemeester in een kleine gemeente. En een aantal decennia geleden was het nog normaal dat een gemeente een ambtswoning voor de burgemeester had, maar die zijn bijna allemaal verkocht. Dat is jammer, het zou veel discussie voorkomen.’

De ambtswoning moet in ere hersteld worden?
‘Ja, dat zou ik wel mooi vinden. Amster-dam is een van de weinige gemeenten die er nog een heeft. Nu is Amsterdam niet echt representatief voor de rest van het land, maar toen ik solliciteerde, wist ik niet beter dan dat ik daar moest gaan wonen. Ik begrijp dat een van de burgemeesters over wie nu discussie is, als voorwaarde stelt dat hij gasten moet kunnen ontvangen. Dat hoeft voor mij niet, gasten kun je ook ergens anders ontvangen. Maar wanneer je als gemeente besluit weer een ambtswoning ter beschikking te stellen, kun je daar wel rekening mee houden. Je kúnt functies in een woning combineren, het hóéft niet.’

De burgemeester van Best wil in de buurgemeente Boxtel blijven wonen, maar mag dat niet van de raad. Gemeenten worden steeds groter. Als de burgemeester van het uitgestrekte Krimpenerwaard in Gouda zou wonen, is hij veel eerder in zijn gemeente dan wanneer hij van de ene naar de andere kant van Krimpenerwaard zou moeten. Waar hebben we het nog over?
‘Afstanden worden relatief. Ik woon tegenwoordig voor een groot deel van mijn tijd in Stichtse Vecht, ook een gemeente met veel kernen en grote afstanden, dus ik herken dat. En als een burgemeester nou al jaren in een buurgemeente woont en daar graag wil blijven – waarom zou je je daar druk over maken? Het komt op mij een beetje over als een zomerdiscussie. Een gemeenteraad die zich hierover opwindt, heeft het zelf zover laten komen. Maar goed, het staat nu eenmaal in de wet. Dat mag wat mij betreft zo blijven, maar de vrijstellingsmogelijkheden zouden wel iets verruimd kunnen worden. Nu mag de raad voor ten hoogste een jaar ontheffing verlenen van de woonplaatsvereiste, en de commissaris van de Koning in bijzondere gevallen twee keer een jaar. Ik zou zeggen: geef de raad de mogelijkheid twee keer een jaar ontheffing te verlenen, en haal het maximum van twee keer bij de bevoegdheid van de commissaris eruit.’