Alex Brenninkmeijer: Moreel leiderschap gevraagd

VNG Magazine nummer 6, 5 april 2019

Auteur: Paul van der Zwan | Beeld: Jiri Büller

Het wegvallen van vaste ijkpunten zoals geloof of politieke stroming en het tanende vertrouwen in politici nopen tot moreel leiderschap. Zeker ook voor lokaal politici en bestuurders, vindt Alex Brenninkmeijer, lid van de Europese Rekenkamer en voormalig Nationale ombudsman. 
 


Alex Brenninkmeijer is een van de sprekers tijdens het VNG Jaarcongres in Barneveld met als thema Besturen is mensenwerk. Hij gaat het niet toevallig hebben over moreel leiderschap, blijkt uit zijn recent verschenen boek Moreel leiderschap. Zijn ervaring als rechter, academicus, ombudsman en lid van de Europese Rekenkamer heeft hem tot het inzicht gebracht dat afgezien van wát hij doet voor het bereiken van zijn doel, het uitoefenen van moreel leiderschap een rode draad is geworden in zijn handelen. 

Wat verstaat u onder moreel leiderschap? 
‘Velen kennen de in dat opzicht grote helden zoals de Zuid-Afrikaanse strijder tegen apartheid Nelson Mandela, de voorvechter van mensenrechten en latere president van Tsjecho-Slowakije en Tsjechië Václav Havel en de Amerikaanse dominee en burgerrechtenactivist Martin Luther King. Maar moreel leiderschap speelt in het dagelijks leven van iedereen. Kies ik voor mijn eigenbelang of oriënteer ik mij op morele waarden? Maar het gaat ook over invloed uitoefenen op anderen, bijvoorbeeld door moreel een voorbeeld te geven.’

Hoe luidt uw definitie van het begrip?
‘Een alomvattende definitie is zo moeilijk te geven, maar ik denk aan leiderschap op basis van morele waarden zoals waarheid, eerlijkheid en oprechtheid.’

Hoe belangrijk is het dat ook bestuurders en politici op lokaal niveau moreel leiderschap tonen?
‘Dat is van groot belang. Het spreekt niet vanzelf dat je als bestuurder of politicus geloofwaardig bent. Geloofwaardigheid verdien je vooral door de goede dingen te doen. Maar hoe bepaal je wat goed is? Dan kom je weer uit bij morele deugden. Het vraagt enerzijds goede communicatie met inwoners en anderzijds reflectie op je intenties en handelen.’

Wat is het verband tussen moreel leiderschap tonen en op moreel gebied het goede voorbeeld geven?
‘Moreel leiderschap zit niet in het papier, het beleidsplan of de regels, maar blijkt uit wat je als lokaal bestuurder of politicus doet. Dus in feite is moreel leiderschap tonen vaak hetzelfde als moreel het goede voorbeeld geven.’

Het is belangrijk dat een gemeente zich niet verschuilt achter regels en procedures

Kent u lokale voorbeelden van het tonen van moreel leiderschap?
‘Ik ken veel verhalen van onder meer burgemeesters die enthousiast vertelden dat al jaren slepende conflicten met inwoners werden opgelost met persoonlijk contact. Zo ook het geval van een agrariër in het buitengebied die keer op keer conflicten met de gemeente had over wat wel en niet mocht op zijn terrein. De burgemeester heeft hem thuis bezocht en dat gesprek vormde de basis voor een oplossing. Het is belangrijk dat een gemeente zich niet verschuilt achter regels en procedures, maar een menselijk gezicht toont. Dit lijkt eenvoudig, maar vormt een wezenlijke bijdrage aan moreel leiderschap, hoewel het natuurlijk niet altijd lukt.’

Schieten bestuurders en politici ook weleens tekort als moreel leider?
‘Vanzelf. Oneerlijkheid en gebrek aan integriteit hangen vaak samen met een politiek of eigen belang. Dat voelen inwoners direct aan. Neem een lokaal bestuurder met een bedrijf van zichzelf of van zijn familie dat zakendoet met de gemeente waar hij functioneert. Daarmee loop je de kans op belangenverstrengeling en integriteitsschendingen en dat gaat ten koste van je morele geloofwaardigheid.’

Behoren lokaal bestuurders/politici ook privé het goede voorbeeld te geven op moreel gebied?
‘We moeten hier niet krampachtig over doen want we zijn allemaal ook maar mensen. Desondanks kun je vanwege handelen in de privésfeer je geloofwaardigheid kwijtraken. Ik ben me daar als rechter en als Nationale ombudsman steeds van bewust geweest. Vraag je als bestuurder of politicus bij wijze van spreken steeds af of als een camera zou meedraaien de beelden ook op YouTube zouden kunnen verschijnen. Zeker in deze digitale tijd zijn wij allen, en dus ook bestuurders en politici, kwetsbaar.’

Is het tonen van moreel leiderschap momenteel belangrijker dan voorheen?
‘Dat denk ik wel. Inwoners zijn steeds beter geïnformeerd en maatschappelijk betrokken en hebben meer een eigen mening dan voorheen. Er zijn steeds minder vaste ijkpunten zoals het geloof of een politieke stroming op grond waarvan mensen traditioneel keuzes maken. Het debat is daardoor opener. Daarom is het belangrijk inwoners zo veel mogelijk mee te nemen in de voorbereiding van besluitvorming. Niet op een formele manier, maar op een manier die mensen aanspreekt. Daarbij is het ook heel begrijpelijk dat niet iedereen meedoet.’

Intussen is het vertrouwen in politici tanende.
‘Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau toont dat de meeste Nederlanders de democratie steunen. Maar het vertrouwen in politici is veel minder dan voorheen. Dat maakt het mede nog belangrijker dat zij moreel leiderschap tonen. Wat dat betreft, is er dus echt werk aan de winkel.’

U acht de vraag ‘waarom doe ik het’ van groot belang bij het ontwikkelen van moreel leiderschap. Legt u eens uit.
‘We zijn vaak zo druk met wat we doen en hoe we dat doen, dat we vergeten de vraag te stellen waarom het draait. Jeugdzorg is bijvoorbeeld ingewikkeld en de dagelijkse aansturing kan lastig zijn. De kernvraag is echter “waarom verlenen we die jeugdzorg?”. Daarop luidt het antwoord dat het er hoofdzakelijk om gaat dat een kind nu, morgen en overmorgen veilig is en zich kan ontwikkelen. In feiten zijn de bestuurlijke, budgettaire en juridische vragen allemaal ondergeschikt aan dit mooie doel.’

Het gaat er niet om dat je je zin doorzet

Direct contact tussen een lokaal bestuurder of politicus met inwoners vormt een wezenlijke bijdrage aan moreel leiderschap. Hoe zit dat precies?
‘Moreel leiderschap doe je niet in je eentje en het gaat er ook niet om dat je je zin – al dan niet met veel macht – doorzet. Om erachter te komen waarom het belangrijk is dat de gemeente op een bepaalde manier haar taken vervult, vormt niet het verkiezingsprogramma, noch het collegeakkoord de belangrijkste leidraad, maar het contact met inwoners. Dat kan soms lastig zijn, maar door het opbouwen van contacten wordt het steeds makkelijker om te voelen en proeven wat noodzakelijk is.’

Waarom pleit u in dit verband ook voor aandacht voor goede uitvoering van gemeentelijke taken?
‘Als Nationale ombudsman heb ik gezien dat ons openbaar bestuur vaak veel aandacht besteedt aan het maken van plannen en beleid, maar veel minder aan goede uitvoering. Met plannen haal je eventueel de media, maar met uitvoering alleen als het misgaat. Voor inwoners vormt goede uitvoering echter het belangrijkste aandachtspunt, zeker nu gemeenten er door de decentralisaties zulke belangrijke taken bij hebben gekregen.’

Hoe zou een lokaal bestuurder/politicus moeten handelen op moreel gebied?
‘Mijn belangrijkste raad luidt om ’s morgens voor de spiegel te gaan staan en jezelf af te vragen waarom je het allemaal doet en om te proberen degene die je lief is je antwoord uit te leggen. Mocht daar aanleiding voor zijn, dan kun je vervolgens je handelwijze aanpassen. Ik ben een ochtendmens, maar een avondmens kan natuurlijk een ander moment kiezen.’

Moreel leiderschap vergroot niet zozeer de macht, maar het gezag. Hoe komt dat?
‘Leiderschap verbinden we vaak met leiden en zorgen dat anderen doen wat jij wilt. Dat is natuurlijk belangrijk in het gemeentelijk bestuur, maar met “doorzettingsmacht” alleen kom je er niet. Om duurzaam effectief te zijn, is het verstandig om anderen in de organisatie, maar ook in de samenleving mee te nemen in de keuzes die gemaakt moeten worden en wellicht ook bij het vaststellen van de agenda. Daardoor verwerf je gezag en zullen veel mensen waarderen dat je er bent en de rol vervult die je hebt.’

vngjaarcongres.nl